CIER-congres: kort verslag

Op 7 december organiseerde het Centrum voor Intellectueel Eigendomsrecht ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan een jubileumcongres met als centraal thema ‘ACCESS’. In de afgelopen decennia is de informatiemaatschappij tot volle wasdom gekomen. Toegang tot informatie is essentieel voor deelname aan het proces van creativiteit en innovatie dat ten grondslag ligt aan deze dynamische informatiemaatschappij.

Keerzijde van de welvaart die het resultaat is van de geïndustrialiseerde en geïnformatiseerde samenleving is dat natuurlijke hulpbronnen op onhoudbare wijze overbelast zijn geraakt. Keynote-spreker Professor Herman Wijffels onderstreepte dat als direct gevolg daarvan de stabiliteit van de ecosystemen in gevaar komt, hetgeen leidt tot klimaatverandering, ontbossing en verwoestijning. Wijffels benadrukte dat alleen op duurzaamheid gerichte samenwerking kan leiden tot een omkering, waarbij het cruciaal is dat alle relevante informatie eenvoudig toegankelijk is. Het proces van creativiteit en innovatie dient gericht te zijn op de ontwikkeling van een duurzame samenleving. Wijffels beschreef dat de ‘Cultural Creatives’, een snelgroeiende groep in de westerse maatschappij, al streeft naar duurzaam samenleven. Deze ‘nieuwe’ groep weet zich niet gebonden aan landsgrenzen, leeft en werkt samen met het oog op de duurzame ontwikkeling van de maatschappij. Bescherming van intellectuele eigendom, waardoor exploitatiemonopolies worden opgeworpen, zou wat hem betreft niet aan het delen van informatie ten behoeve van het stimuleren van duurzame innovatie in de weg moeten staan.

Tijdens het CIER-Jubileumcongres werd vanuit drie invalshoeken belicht hoe de toegang tot informatie – en de infrastructuren ter verspreiding van informatie, kunnen bijdragen aan een duurzaam proces van creativiteit en innovatie; hieronder een greep uit de bijdragen van de twaalf sprekers. Ten eerste werd door Professor Madeleine de Cock Buning ingegaan op de optimalisering van de randvoorwaarden waarbinnen informatie tot stand komt. Daarbij stond de vraag centraal welke rol de bescherming van de intellectuele eigendom hierin kan spelen. Waar het tijdelijk monopolie op de exploitatie van door intellectuele eigendoms-rechten beschermde informatie dient als een belangrijke stimulans voor creativiteit, resulteert de creatie van een dergelijk monopolie tegelijkertijd in een inperking van de vrije toegang tot informatie. Prof. Dick van Engelen stelde dat de drempels tot het IE-rechtelijk beschermen van informatie in de afgelopen jaren lager zijn geworden, waardoor steeds meer informatie IE-rechtelijk wordt beschermd, hetgeen de balans tussen beschermde informatie in het ‘private domein’ en vrij beschikbare informatie in het ‘publiek domein’ dreigt te verstoren. Mr. Frank Eijsvogels stelde vervolgens vast dat het steeds lastiger is geworden om exploitatierechten te handhaven op informatie die via internet beschikbaar is. Nieuwe handhavingsmethoden zoals het laten instellen van filters op informatie die elektronisch wordt uitgewisseld kunnen in strijd zijn met de communicatievrijheid van burgers en daarmee aan creativiteit en innovatie in de weg staan.

De gesignaleerde groei van het private domein en het niet navenant toenemen van vrij beschikbare informatie is op dit moment niet in overeenstemming met het door De Cock Buning gesignaleerde recente nationaal en Europees beleid dat erop gericht is om zoveel mogelijk informatie vrij aan het publiek ter beschikking te stellen om zo creativiteit en innovatie te stimuleren. Mr. Allard Ringnalda gaf hierbij als voorbeeld dat nationale en internationale publieke financiers van wetenschappelijk onderzoek zich steeds meer conformeren aan de Berlin Declaration on Open Access to Knowledge in the Sciences and Humanities, en in dat verband verlangen dat onderzoeksdata die ten grondslag liggen aan met publieke middelen gefinancierd onderzoek, vrij beschikbaar moeten zijn (‘open access’) aan het publiek.

Tweede focuspunt werd gevormd door de toegang tot informatie en informatiebronnen. Drs. Bas Savenije, algemeen directeur van de Koninklijke Bibliotheek, zette in dit verband uiteen hoe burgers ook langs elektronische weg toegang hebben tot informatie die deel uitmaakt van de collectie. Mr. Michiel Kramer belichtte nieuwe bedrijfsmodellen voor het  digitaal uitgeven van kranten, boeken en tijdschriften zoals die op dit moment in binnen- en buitenland worden ontwikkeld. Dr. Eric Daalder verschafte inzage in de ontwikkeling van nationale en Europese toegangsreguleringen, waaronder de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB) en het Verdrag van Tromsø. Uitgangspunt is dat zoveel mogelijk overheidsinformatie wordt verstrekt om zo creativiteit en innovatie te bevorderen en dat alleen in bepaalde gevallen verzoeken tot verstrekken van overheidsinformatie kan worden afgewezen. Bijvoorbeeld als de nationale veiligheid in het geding is, persoonsgegevens worden opgevraagd, of er sprake is van stukken die beschermd worden door ‘beleidsintimiteit’, worden zogenaamde WOB-aanvragen afgewezen. Professor Gerard Schuijt zette uiteen op welke wijze het verschaffen van toegang aan journalisten tot ‘nieuwshaarden’ waaronder de (wandelgangen van) de tweede kamer bijdraagt aan de informatievoorziening als onderdeel van de communicatievrijheid van burgers.

‘Toegang tot informatie-infrastructuren’ vormde het derde gezichtspunt van het CIER-Jubileumcongres. Toegang tot de media en infrastructuren via welke informatie wordt uitgewisseld, is voor het proces van creativiteit en innovatie van even groot belang als toegang tot de informatie zelf, betoogde Professor De Cock Buning. In dit verband gingen Dr. Sybe de Vries (UU), Helga Zeinstra (OC&W) en Edgar Lammertse (OC&W)  in op de Europese mededingingsregels die zien op de toegang tot de media-infrastructuren en de controle op het goed functioneren van deze markt. De Vries schetste de belangen van publieke- en private media-instellingen enerzijds, en de informatievrijheid van burgers anderzijds. Het is van belang dat de Europese/nationale overheden een zo veelzijdig mogelijk informatieaanbod stimuleren, zonder dat aanbieders van audiovisuele mediadiensten die met publieke middelen worden gefinancierd, bevoordeeld worden ten opzichte van private aanbieders.

Met dit symposium en zijn werkzaamheden wil het CIER bijdragen aan het vormen van een duurzaam normatief kader voor creativiteit en innovatie. De balans moet worden hervonden tussen het stimuleren van creativiteit en innovatie enerzijds en het beperken van de vrije toegang tot deze creatieve, innoverende informatie anderzijds. Huidige Europese ontwikkelingen en overheidsbeleid dat erop gericht is om zoveel mogelijk toegang tot informatie- en media-infrastructuren te verschaffen kunnen een bijdrage leveren aan dit proces.

* * *